Garnizoenstad




Ten tijde van de middeleeuwen was de verdediging van de stad Maastricht in handen van de bevolking, de ambachten, de gilden en de schutterijen. De ambachten en gilden werden verplicht wapenuitrustingen te kopen. Iedereen werd verplicht ten tijde van oorlog een vooraf aangewezen deel van de stadsmuur te bezetten en te beschermen.

Hoofdwacht



Tijdens de tachtiger jarige oorlog liep de spanning tussen het protestantse deel en het katholieken deel van de Maastrichtse bevolking  hoog op. Er waren voortdurend onlusten en rellen. Om de rust te bewaren besloot de landvoogdes Margaretha van Parma in het jaar 1567, een garnizoen in de stad te legeren.

Tussen de jaren 1567 en 1867 was het een komen en gaan van legereenheden in deze belangrijke vestingstad. Het garnizoen was in loop der jaren samengesteld uit veler nationaliteiten: Spanjaarden, Fransen, Duitsers, Oostenrijkers, Engelsen, Zwitsers en Nederlanders. Natuurlijk liep de spanning geregeld hoog op tussen de plaatselijke bevolking en de leden van het garnizoen. Maar omdat het garnizoen veel geld in het laadje bracht bij de plaatselijke bevolking werd dit voor lief genomen.




De Hoofdwacht, een militair wachtgebouw uit de 18de eeuw, is een herinnering aan Maastrichts bewogen tijd als vesting en garnizoensstad. Dit gebouw heeft  gefungeerd als commandocentrum van de legers, die in Maastricht gestationeerd waren.Voor de hoofdwacht vonden de exercities plaats van de militairen.



Door de veranderde tactiek in de landsverdediging speelde de vestingstad Maastricht nog maar een bescheiden rol, bij Koninklijk Besluit van 29 mei 1867, werd de vestingstad Maastricht officieel opgeheven.

Home